Informations et ressources scientifiques
sur le développement des zones arides et semi-arides

Accueil du site → Doctorat → Belgique → Dispersal and recruitment of Olea europaea ssp. cuspidata in degraded Afromontane savanna : implications for forest restoration in the highlands of northern Ethiopia

K.U.Leuven Belgique (2006)

Dispersal and recruitment of Olea europaea ssp. cuspidata in degraded Afromontane savanna : implications for forest restoration in the highlands of northern Ethiopia

Aerts, Raf

Titre : Dispersal and recruitment of Olea europaea ssp. cuspidata in degraded Afromontane savanna : implications for forest restoration in the highlands of northern Ethiopia

Auteur : Aerts, Raf

Université de soutenance : K.U.Leuven (Belgique)

Grade : Doctoral thesis 2006

Résumé
Landdegradatie en verwoestijning zorgen voor armoede, voedselonzekerheid en aanhoudende verliezen van inheemse biodiversiteit in de hooglanden v an Noord-Ethiopië. Het in gebruik nemen van weinig productief land en bodemerosie zijn de voornaamste oorzaken, maar de onderliggende rede nen zijn de sterke toename van de bevolking en de daarbij horende proble men van overbegrazing en onduurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronn en. Om deze algemene degradatie van bodem en land tegen te gaan, h eeft de lokale overheid een bosherstelstrategie ontwikkeld die steunt op het afbakenen van zogenaamde ‘gesloten gebieden’. Binnen deze geb ieden van enkele tientallen hectare mag vee niet langer vrij grazen en i s het oogsten van hout en andere biomassa momenteel verboden of streng g ereglementeerd. De doelstelling van dit nulbeheer is het natuurlij k herstel van Afromontaan bos. Maar hoewel grassen, kruidachtige g ewassen en struiken er vaak snel en spectaculair uitbreiden, blijft echt e bosregeneratie voorlopig uit. Het versnellen van het herstelproc es door middel van aangepast, actief beheer kan de productiviteit van de gesloten gebieden verhogen en dus de afsluittermijn verkorten. Op deze manier worden armoede en ecologische degradatie tegelijkertijd bes treden, en bestaat er een grotere kans voor de langdurige steun van de l okale gemeenschappen voor dergelijke herstelprojecten. Gedetailleerd onderzoek in bosrestanten en gesloten gebieden in een stud iegebied in het Geba-bekken in Centraal-Tigray heeft aangetoond dat de r eeds aanwezige pionierstruiken de hergroei van Afromontaan bos kunnen be vorderen. Op gedegradeerde hellingen kunnen dergelijke struiken de extreme omstandigheden matigen, voor een betere beschikbaarheid van bod emvocht en nutriënten zorgen en bescherming bieden tegen grazend vee.&nb sp ; Dit effect wordt ‘facilitatie’ genoemd. Door via actief beheer in te spelen op dit effect, kan de vestiging van boomzaailingen worden gestimuleerd. Het belang van facilitatie voor bosverjonging in ges loten gebieden werd aangetoond aan de hand van Afrikaanse wilde olijf (< I>Olea europaea ssp. cuspidata), een belangrijke maar bedreigde soort van Afromontaan bos met een hoge sociaal-economische en ecologische waarde. In dit onderzoek werd een eenvoudig model opgesteld van de levenscyclus van de soort. De invloed van biotische en abiotische factoren op d e overlevingskansen in verschillende levensstadia werd onderzocht. Op basis van een eliminatieproces konden de kritische stappen in de ver jongingscyclus worden geïdentificeerd. Natuurlijke verjonging van Afrikaanse wilde olijf in gesloten gebieden g ebeurt enkel onder struiken. De meeste zaailingen staan onder Euclea racemosa, een brede, bolvormige pionier met veel stammetje s ; de rest kan worden teruggevonden onder de dominante doornstruik Acacia etbaica. Onder struiken wordt de instralende zonne-en ergie gereduceerd door de kruinen en kan regenwater worden opgeslagen in de humuslaag. Hierdoor drogen zaden en zaailingen minder snel uit . Toch zijn de kieming en de overleving van jonge Olea& nbsp ;zaailingen eerder beperkt. Problemen in de fase van de vestig ing zijn typisch in gedegradeerde, semi-ariede gebieden. Bovendien blijkt ook een gebrekkige verbreiding sterk bij te dragen tot het trage herstel van de soort in de gesloten gebieden. Er is waarschijnlij k te weinig zaad beschikbaar in de bosfragementen om de aanwezige pionie rstruiken van voldoende zaden te voorzien. Er zijn bovendien maar enkele vogelsoorten die zowel in bossen als in gesloten gebieden in vold oende mate aanwezig zijn om te kunnen functioneren als effectieve zaadve rbreider. In zowat alle levensstadia en bij alle overgangen tussen de stadia trede n dus ernstige problemen op bij de natuurlijke verjonging van Afrikaanse wilde olijf. Actief beheer moet dus rekening houden met verschill ende problemen tegelijkertijd. Bosuitbreiding, meer gesloten gebie den afbakenen nabij bosrelicten, geschikte struikvormen behouden en bevo rderen, en het inzaaien van zaden en het planten van zaailingen onder st ruiken kunnen samen bijdragen tot een versneld bosherstel in de streek. Verder onderzoek naar struik–zaailing relaties in Ethiopië en andere sem i-ariede gebieden kan de toepasbaarheid van facilitatie voor bosherstel in gedegradeerde gebieden verhogen.

Présentation

Version intégrale

Page publiée le 24 mars 2009, mise à jour le 24 novembre 2018